WWF-projecten De toekomst van de bossen van Borneo hangt af van de samenwerking van de drie regeringen. WWF helpt hen bij het instellen van een netwerk van beschermde gebieden en duurzaam beheerd bos, en de financiering hiervan. Wij houden ook rekening met de belangen van lokale gemeenschappen en zorgt voor langdurige financiering en samenwerking met de private sector. Wat doet het WWF om dit te bereiken? - Wij investeren in de groei van verantwoord bosbeheer en helpt houtkapbedrijven bij de stap naar certificering. De concessies kunnen een belangrijke rol spelen bij het verbinden van beschermde gebieden.
- Onderzoek is het fundament. Wij doen onderzoek naar nieuwe plant- en diersoorten. De resultaten tonen het belang van het ecosysteem maar zorgen ook voor informatie voor effectieve beschermingsplannen.
- Wij communiceren met de overheid, niet alleen om verantwoord bosbeheer te stimuleren maar ook om hen te overtuigen in actie te schieten.
- Wij investeren in nieuwe instrumenten in de strijd tegen de ontbossing . De REDD-systematiek (Reducing Emissions from Deforestation and forest Degredation) moet er bijvoorbeeld voor gaan zorgen dat bosbescherming wordt betaald uit klimaatgelden.
In Indonesië werkt WWF hard om de illegale koffieteelt in de leefomgeving van neushoorns, Sumatraanse tijgers en olifanten tegen te gaan. Lees meer... - Wij maken afspraken met de palmolie-, mijnbouw- en oliesectoren om de negatieve impact van bedrijven te minimaliseren. De productie van duurzame palmolie (volgens de criteria van de RSPO) wordt gepromoot.
Op het terrein: een biotoop voor orang-oetans in Sabah In het noordoosten van Borneo, in de deelstaat Sabah, leeft met zowat 5.000 dieren de laatste grotere samenhangende orang-oetanpopulatie van dit deel van het Maleisische schiereiland. Hoewel grote gebieden van het oorspronkelijke regenwoud afgelopen jaren ten prooi vielen aan illegale houtkap, delen alleen op deze plek de orang-oetans nog dezelfde biotoop met Aziatische olifanten en Sumatraanse neushoorns.
Opzet is om het bestand van dit bosgebied dat zich binnen deze projectregio uitstrekt over 376.000 hectare te handhaven op het peil van 2004. Daarom planten we er heel gericht vruchtdragende bomen die het voedselaanbod van de orang-oetans moeten verbeteren. Met het oog op de duurzame exploitatie krijgt ook de FSC-certificering ruimschoots onze aandacht.
We informeren de plaatselijke leefgemeenschappen over wat de duurzame vrijwaring en verzorging van het woud precies inhouden. WWF schakelt patrouilles in die stroperij en illegale handel een halt moeten toeroepen. Op het terrein: herstel van de waterhuishouding in de veenbossen en herbebossing in Sebangau In de Indonesische provincie Centraal-Kalimanten op Borneo werd in de jaren 1990 meer dan 1 miljoen hectare veenbos drooggelegd om plaats te maken voor grootschalige rijstcultuur. Het in het gebied aanwezige water werd massaal via een meer dan 4.000 kilometer lang net van afwateringskanalen afgevoerd.
Dit megalomane project geldt vandaag als een immense milieuramp; bovenop het draineren van uitgestrekte delen van dit gebied werden door regelmatige bosbranden bomen massaal gecontroleerd gerooid, zodat enkel nog een schrale woestenij achterbleef. WWF concentreert zich in de eerste plaats op de westelijke rand van het voormalige immense rijstproject in het nationale park Sebangau dat in 2004 werd opgericht. De organisatie wil door de bouw van dammen het woud weer onder water zetten om de uitstoot van grote hoeveelheden broeikasgassen af te remmen.
De dammen houden het water in de veenbodem vast en zorgen er op lange termijn voor dat het oorspronkelijke grondwaterpeil weer herstelt. Dit moet de turfafbraak in de bodem een halt toeroepen – en onrechtstreeks de uitstoot van koolstof en de oxidatie ervan tot het broeikasgas CO2 stoppen. Het nog overblijvende woud heeft zijn herstel ingezet en intussen kunnen de door het vuur verwoeste vlaktes weer worden herbebost.
Inmiddels staan er in Sebangau al 105 dammen, gebouwd door WWF. Om de natuurlijk functionerende waterhuishouding te herstellen, moeten er dat evenwel nog meer worden.
Op de open ruimtes in het woud worden overwegend plaatselijke, vuurbestendige boomsoorten, voederplanten voor orang-oetans en bodemtypische boomsoorten zoals natuurgombomen aangeplant. Op het terrein: een groene corridor tussen de nationale parken Betung Kerihun en Danau Sentarum In het nationaal park Betung op het Indonesische gedeelte van Borneo (provincie West-Kalimanton) heerst een biologische rijkdom met wereldwijd belang. Met zijn oppervlakte van 800.000 hectare is dit het tweede grootste nationale park van het Zuidoost-Aziatische eiland. WWF is sinds 1995 in dit gebied actief.
In het nationaal park leven zowat 1.000 orang-oetans. In 2004 gingen we hier van start met een monitoringprogramma voor de plaatselijke orang-oetanpopulatie. WWF leidt politieagenten, bosbeheerders, procureurs en rechters op om de stroperij en de illegale handel in jonge dieren die de populatie decimeren, een halt toe te roepen.
Ook het naburige nationaal park Danau Sentarum is een heuse orang-oetanbiotoop. Vermoedelijk leven hier nog een 500-tal orang-oetans. Het regenwoud tussen de beide nationale parken is echter zwaar gehavend. Vroeger stonden beide beschermde gebieden door bosvlaktes met elkaar in verbinding. Vandaag worden ze van elkaar gescheiden door een brede strook met hier en daar verlaten groepen bomen, grassen en struikgewas. Een voor orang-oetans onoverkomelijke strook. Zonder bomen vinden ze geen voedsel en zijn ze genadeloos overgeleverd aan stropers.
Daarom wil WWF tussen de twee nationale parken een groene corridor aanleggen die voor het overleven van de bedreigde mensapen cruciaal is. Die corridor moet het de orang-oetans mogelijk maken van het ene nationale park naar het andere te trekken en zich met de andere groepen voort te planten. |